Zilveroornachtegaal - Leiothrix argentauris

Zilveroornachtegaal - Leiothrix argentauris

Zilveroornachtegaal – Leiothrix argentauris

Zilveroornachtegaal - Leiothrix argentauris

Zilveroornachtegaal – Leiothrix argentauris

Zilveroornachtegaal – Leiothrix argentauris

 

Verspreiding:

De zilveroornachtegaal heeft zijn verspreidingsgebied in China, Maleisie, Indonesie (vooral Sumatra) en Thailand.

 

Grootte:

De zilveroornachtegaal is ongeveer 17 cm. groot.

 

Geslachtsonderscheid:

De man heeft een roodoranje stuit en zingt. De pop heeft een okergele stuit en zingt niet.

 

Karakter:

Zilveroornachtegalen kunnen buiten het kweekseizoen gehouden worden met andere vogels. Er zijn echter vogels die tijdens het broedseizoen de eitjes van andere vogels roven en daarmee de kweek verstoren.

 

Omgevingstemperatuur:

Zilveroornachtegalen kunnen in een volière met een vorst- en tochtvrij nachtverblijf overwinteren. Indien de volière op een beschutte plaats staat en dicht begroeid is, is een vorstvrij nachthok niet eens echt noodzakelijk.

 

Voeding:

Zilveroornachtegalen zijn insecteneters dus zal hier met de voeding rekening mee gehouden moeten worden. Als basis kan een goed universeelvoer cq insectenpatè verstrekt worden. Meng door dit basisvoer nog wat hard gekookt ei en doe hier tevens per dag een theelepel (verse of diepvries) miereneieren door heen. Wanneer wordt uitgegaan van één paartje dan dient de dagelijkse voeding verder nog aangevuld te worden met 15 tot 20 meelwormen en allerlei andere levende insecten zoals spinnen, krekels, sprinkhanen, buffalowormpjes, torren e.d. Ook bessen en andere soorten fruit worden wel door de vogels geaccepteerd.

 

Kweek:

Voor de kweek is het noodzakelijk dat de vogels de beschikking hebben over een ruime dicht begroeide buitenvolière. In een goed beplante volière zullen ze zich het beste thuis voelen. Het nest bouwen ze graag in een dichte struik of klimop. Soms nemen ze een nestkastje of korfje in gebruik. Als bouwmateriaal dienen de vogels de beschikking te hebben over kokosvezel, grashalmen (hooi), uitgeplozen sisaltouw e.d. Gemiddeld worden 3 witte, bruine gestippelde, eitjes gelegd. Man en pop bebroeden de eieren afwisselend.Na ca. 12 dagen broeden komen de eieren uit. Om te voorkomen dat de jongen na het ringen uit het nest gegooid worden (een vreemd voorwerp wordt door de ouders uit het nest verwijderd ongeacht of hier een jong aan vastzit) is aan te raden de ringen te voorzien van een stukje ventielslang. De jongen vliegen na ongeveer 14 dagen uit. De jongen worden alleen groot als de  vogels ze met veel verschillende insecten kunnen grootbrengen. Het is verder verstandig om de insecten 3x daags in porties te geven. Geef niet meer dan de vogels in 1 tot 1,5 uur op kunnen. Na ongeveer 3 weken zijn de jongen zelfstandig en moeten ze uitgevangen worden teneinde problemen te voorkomen.

 

A. van Kooten

error: Content is protected !!