Bek- en verderrot (PBFD)

Lori met bek- en verderrot (=PBFD)

Kaketoe met bek- en verderrot (=PBFD)
De laatste jaren zijn steeds meer papegaaien besmet geraakt met de papegaaienziekte, bek- en vederrot ook wel PBFD (PSITTACINE BEAK & FEATHER DISEASE) genoemd.
Deze ziekte, die veroorzaakt wordt door een virus komt in twee varianten voor, te weten:
- in de veren
- in het bloed.
Wanneer de papegaai het in zijn veren heeft is hij nog niet ziek maar kan op dat moment wel aan andere papegaaien de ziekte overbrengen. Als na 3 maanden er weer getest wordt zijn er twee mogelijkheden. Of de vogel is het virus kwijt uit zijn veren (de vogel is dan gewoon weer gezond) of het is in zijn bloed gekomen. Wanneer het laatste het geval is, is de vogel ten dode opgeschreven omdat er voor deze ziekte nog geen medicatie is. De bek- en verenrot wordt veroorzaakt door een virus die de cellen van de veren en de snavel besmet en dood. Daarnaast tast het de cellen van het afweersysteem aan waardoor de vogel vatbaar wordt voor andere vogelziektes. Voor zo ver bekend zijn alleen parkieten en papegaaiachtige vogels gevoelig voor het virus.
OVERDRACHT
De overdracht vindt meestal plaats door stofdelen van huidschilfers, ontlasting en ook de overdracht van ouder naar jonge vogel. (dragers dus.)
DIAGNOSE
Een juiste diagnose is alleen door een dierenarts te stellen. De dierenarts zal een stukje veer en een paar druppeltjes bloed afnemen en deze voor onderzoek opsturen. Kenmerken van besmette vogels kunnen zijn:
- Veren die op onverklaarbare manier uitvallen
- Veren die abnormaal dikke veerschachten hebben
- Bij jonge vogels een lichte groeiachterstand
- Gestolde bloed op de uitgevallen veren
- De uitgevallen veren veroorzaken open plekken die rood zijn
- De nog aanwezige veren zijn dof
- In het jongste stadium van snavel en veerrot ziekte zal bij besmette vogels de snavel glimmend worden door het ontbreken van de poederdons haren. Vervolgens zal bij het verzorgen van de veren de snavel zwart worden in plaats van grijs, ook treden er beschadigingen op aan de binnenzijde van de bovensnavel (Bij jongere vogels werkt het virus sneller als bij oudere).
- De vogel verliest gewicht
- Het eetpatroon verandert
- De vogel is minder actief
- Dunne groene ontlasting
Letwel, de genoemde kenmerken kunnen een indicatie zijn van PBFD maar natuurlijk ook van andere al dan niet onschuldige ziekten. Daarom raden wij altijd een bezoek bij de dierenarts aan voor de meest betrouwbare diagnose. Ook bij vogels met een goed afweersysteem, is het aan de buitenkant zeer moeilijk te constateren of ze besmet zijn met het virus.
INCUBATIETIJD
Drie weken na besmetting kunnen zich de eerste ziekteverschijnselen openbaren. Dit hangt echter af van de leeftijd, de ontwikkeling van het verenpatroon, de intensiviteit van het virus en het immuumsysteem van de vogel. Hoewel jonge papegaaien het meest gevoelig zijn voor het virus, zijn ouderen ook vatbaar.
PREVENTIE
Indien u geen besmette vogel wilt aankopen is het raadzaam een goede eerlijke kweker of handelaar te zoeken. Wilt u er 100 % van overtuigd zijn dat de papegaai die u koopt gezond is dan is het noodzakelijk dat er bij de papegaai een keuringsrapport wordt geleverd met daarin de uitslagen van o.a. de P.B.F.D.-test. Weigert de verkoper zo’n test dan moet u afzien van de koop. Aangezien dit dure testen zijn, worden ze niet vaak al door de handelaren en kwekers gedaan. Dus de manier om de ziekte niet te verspreiden en uit te bannen is ieder geval geen (baby)papegaai te kopen zonder certificaat. Hoewel deze vogels veelal wat duurder zijn weet u bij aanschaf in ieder geval zeker dat de vogel(s) 100% gezond zijn.
HANDELSWIJZE BIJ BESMETTING
Is de vogel besmet dan rest ons maar een ding, verwijder ze uit uw bestand. Pas zeer goede hygiëne toe. Verwijder alle ontlasting vakkundig zonder dat er stofvorming optreedt. Er is geen enkel ontsmettingsmiddel dat u bij dit probleem kan helpen. Het meest verstandig in dezen is om elke vogel die u in u hobby opneemt aan een bloedonderzoek te onderwerpen. Ga hier voor naar een kundige vogelarts. Kweker en koper zijn immers beiden gebaad bij een gezond vogelbestand.
A. van Kooten