Dybowski astrilde - Euschistospiza dybowskii

Dybowski astrilde - Euschistospiza dybowskii

Dybowski astrilde – Euschistospiza dybowskii

Dybowski astrilde - Euschistospiza dybowskii

Dybowski astrilde – Euschistospiza dybowskii

Dybowski astrilde – Euschistospiza dybowskii

 

Verspreiding:

Noordelijk centraal Afrika. Hier komen ze voor in graslanden met dicht sttruikgewas en langs wegen en oevers van waterlopen.

 

Grootte:

De Dybowski astrilde is ca. 12 cm. groot.

 

Geslachtsonderscheid:

De pop is op de buik meer grijs van kleur, bij de man is dit zwart. Verder is ook de oogring van de pop iets lichter van kleur.

 

Karakter:

Het zijn over het algemeen iet wat schuwe vogels die tegenover andere soorten vredelievend zijn. Onder elkaar zijn ze echter zeer agressief. Twee voor elkaar vreemde vogels die in een kooi worden los gelaten kunnen vechten tot de dood er op volgt. Bij het verparen van twee voor elkaar vreemde vogels dient hier rekening mee gehouden te worden. Het beste kunnen we beide vogels in naast gelegen kooien, gedurende enkele weken, aan elkaar laten wennen. Wanneer ze daarna bij elkaar geplaatst worden is het verstandig beide vogels te blijven observeren.

 

Omgevingstemperatuur:

’s Winters kan men beter het zekere voor het onzekere nemen door ze binnen te houden. Een verblijf waar tenminste een temperatuur heerst van 15 °C geeft de minste risico.

 

Voeding:

Als voeding dient een goede zaadmengeling voor tropische vogels, trosgierst, universeelvoer en eivoer met daar doorheen wat miereneitjes en meelwormen alsmede gekiemde zaden, groenvoer en allerlei vruchten te worden verstrekt.

 

Kweek:

Als nestgelegenheid kunnen het beste laag gehangen brem en of conifeertakken worden gebruikt. Hier bouwen de vogels een bolvormig nest in van grashalmen en kokosvezel. Voor de binnenafwerking gebruiken de vogels graag mos, veertjes en ander zacht materiaal. Het popje legt 3 – 4 eitjes. Het popje broedt over het algemeen zeer vast. Bij nestcontrole zal ze daarom van het nest afgejaagd moeten worden. De kweker dient dit echter tot een minimum te beperken. De jongen worden na 14 dagen geboren. De huidskleur is zwart met een paar grijze donsveertjes. In de snavelhoeken bevinden zich bij de jongen vier witte snavelpapillen. De opfok van de jongen zal alleen succesvol zijn als de vogels kunnen beschikken over levend voer zoals insecten, miereneieren, fruitvliegen en meelwormen. Daarnaast dienen ze ook de beschikking te hebben over universeelvoer, opfok- en groenvoer. De jongen verlaten na ca. 20 dagen het nest en zijn na 4 weken zelfstandig.

 

A. van Kooten

error: Content is protected !!