Geelmaskerdwergpapegaai - Forpus xanthops

Geelmaskerdwergpapegaai - Forpus xanthops

Geelmaskerdwergpapegaai – Forpus xanthops

Geelmaskerdwergpapegaai - Forpus xanthops -Stel

Geelmaskerdwergpapegaai (stel) – Forpus xanthops

Geelmaskerdwergpapegaai – Forpus xanthops

 

Ondersoorten

De forpus xanthops kent geen ondersoorten.

 

Uiterlijke kenmerken en geslachtsonderscheid

Formaat: 14,5 cm. groot.

Geslachtsonderscheid: Beide geslachten verschillen van elkaar.

Man: de kop en het masker zijn overwegend geel. Vanaf het oog om het masker grijsblauw, uitvloeiend over de achterschedel. De nek en achterschedel zijn donkergroen met een grijsblauwe waas. De mantel en de bovenzijde van het lichaam zijn donkergroen met een grijze waas.

De buitenste grote slagpennen zijn grijs met een violette buitenvlag. De binnenste grote slagpennen en de kleine slagpennen grijs met een violette buitenvlag. De ondervleugeldekveren zijn violet en bezitten een zwarte omzoming. De duimveertjes zijn lichtgeel van kleur. De bovenstaartdekveren zijn violet en de onderstaartdekveren geel met een groene waas. De staartpennen zijn groen. De snavel is licht hoornkleurig. Vanaf de snavelinplant tot aan de snavelpunt bevindt zich een donker hoorngedeelte dat kan varieëren van bruin tot zwart. De poten zijn vleeskleurig.

Pop: De pop lijkt op de man maar bij haar zijn de blauwe veerpartijen overwegend groen met een blauwgrijze waas. Verder is de stuit en onderrug bij de pop bleek blauw van kleur. De vleugels zijn bij haar blauw bewaasd.

 

Herkomst en leefwijze

De geelmasker dwergpapegaai heeft zijn verspreidingsgebied in Noord-West Peru en wel in de Maraňon vallei in de provincie Libertad. Ze leven hier in savannen met doornig struikgewas, open landschap gebieden en in droge tropische gebieden tot op hoogten van 1720 meter  Over hun leefwijze is niets bekend.

 

Huisvesting

Geelmaskerdwergpapegaaien zijn warmte behoeftige vogels waarbij we bij de huisvesting rekening moeten houden. Ze kunnen worden gehuisvest in kleine volières van bijvoorbeeld 2 meter lang, 1 meter breed en 2 meter hoog maar ook paarsgewijs in broedkooien van minimaal 60x40x40 cm. Indien ze in een volière worden gehouden zullen ze in de koude maanden ondergebracht moeten worden in ruimten waar de temperatuur niet onder de 10 °C komt. Ook voor huisvesting in broedkooien geldt dat de ruimte(n) verwarmd moet kunnen worden.

 

Voeding:

Als basisvoeding kan een zaadmengsel voor agaporniden worden gegeven. Om tot een volwaardige voeding te komen kan aan het zaadmengsel een ‘krachtvoermengsel’ van geweekt kiemzaad en eivoer/universeelvoer (1:1) toegevoegd worden. De verhouding tussen het zaad en het krachtvoermengsel moet ongeveer één op één zijn. Twee keer per week kan hier, ondanks dat de vogels er ook vrij over moeten kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en oesterschelpengrit aan toegevoegd worden. Verder is het goed om de vogels enkele keren per week fruit en groenvoer te geven. Als er jongen zijn dient het eiwitpercentage van het krachtvoer ongeveer op 20% te liggen. Omdat de meeste commerciële eivoeders dit eiwitgehalte niet halen is het verstandig 250 gram gekookte koolvis door een kilo van bovenstaande krachtvoer te mengen. Eventueel nog aangevuld met wat extra mineralen. De vogels zullen het op deze voeding prima doen.

 

Kweek:

Nestblok: Als nestgelegenheid kan een horizontaal broedblok gegeven worden met een afmeting van 20x14x14 cm. (lxbxh).

Nestmateriaal: Als nestmateriaal kunnen in het blok stukjes vermolmd hout gegeven worden die door de vogels zelf fijn geknaagd zullen worden.

Kweek: Geelmaskerdwergpapegaaien zijn te kweken in ruime broedkooien van minimaal 60x40x40 cm. De pop legt gemiddeld 3 – 5 eitjes die alleen door haar bebroed worden.  Meestal zal ze na het leggen van het 2e ei vast gaan zitten broeden. Na ongeveer 18 dagen komen de eieren uit. De jongen komen naakt ter wereld. Na zo’n 10 dagen zijn de eerste slagpennen te zien en na 20 dagen de groene veren. Ongeveer 30 dagen na het uitkomen verlaten de jongen het nest. Ze worden dan nog enkele weken door de oudervogels (bij)gevoerd alvorens ze zelfstandig zijn.

 

A. van Kooten

error: Content is protected !!