Helmkaketoe - Callocephalon fimbriatum
Helmkaketoe (man) – Callocephalon fimbriatum
Helmkaketoe (pop) – Callocephalon fimbriatum
Helmkaketoe – Callocephalon fimbriatum
Ondersoorten:
De helmkaketoe kent geen ondersoorten
Formaat: 35 cm.
Beide geslachten, die goed van elkaar zijn te onderscheiden, hebben een overwegend grijze bevedering die bij de man lichtgrijs omzoomd is en bij de pop,met name op de borst en buik, oranje en geel. Het meest opvallende verschil tussen man en pop is de kleur van de kop en de kuif. Deze zijn bij de man oranjerood en bij de pop grijs. Helmkaketoes hebben hun leefgebied in het zuidoosten van Australië. Hier bewonen ze de bossen van berghellingen tot op hoogten van 2000 meter en bossen van laaglandgebieden, met name eucalyptusbossen. In de winter trekken de vogels naar de lagere, drogere beboste gebieden. Helmkaketoes worden ook regelmatig waargenomen in stadsparken en tuinen van huizen aan de rand van steden. Hun voedsel bestaat in hoofdzaak uit eucalyptuszaden. Het menu wordt verder nog aangevuld met bessen, noten, vruchten, kruidachtige planten en insecten en hun larven. Buiten het broedseizoen komen ze voor in grote groepen die al naar gelang het voedselaanbod kunnen uitgroeien tot grote zwermen. De vogels broeden hoog boven de grond in holten van takken en holen in bomen. De pop legt in de regel twee eieren. De eieren worden zowel door de man als de pop bebroedt en komen na ongeveer 30 dagen uit. Net uitgekomen jongen zijn bedekt met geel dons. Tussen de tweede en de derde week verschijnen de eerste pennen en rond deze tijd gaan ook de ogen open. De jongen vliegen na acht weken uit en worden dan nog geruime tijd door de ouders (bij)gevoerd. Helmkaketoes staan bekend om hun enorme knaaglust. Een houten volière wordt door de vogels binnen de kortste keren gesloopt. Bij huisvesting in een volière zal daarom gekozen moeten worden voor een metalen constructie en voor volièregaas met een behoorlijke draaddikte omdat het anders wordt kapot gebeten.
A. van Kooten