Prachtnon - Lonchura spectabilis (en ondersoorten)

Prachtnon - Lonchura spectabilis

PrachtnonLonchura spectabilis (foto: P. Onderdelinden)

Prachtnon - Lonchura spectabilis

PrachtnonLonchura spectabilis (Foto: J. Hakvoort)

PrachtnonLonchura spectabilis (en ondersoorten)

Verspreiding:

Het verspreidingsgebied van de prachtnon is het eiland New Britain en noord en noord-oost Nieuw-Guinea.

 

Grootte:

De prachtnon is 9 tot 10 cm. groot.

 

Geslachtsonderscheid:

Tussen het mannetje en het popje is geen uiterlijk waarneembaar verschil. Het enige verschil tussen de geslachten is dat het mannetje zingt. Hij doet dit echter zo zacht dat het trillen van de keelveertjes dit moet verraden.

 

Ondersoorten:

Bij de prachtnon worden de volgende ondersoorten beschreven:

Lonchura spectabilis spectabilis

De nominaatvorm heeft een egaal zwarte kop en een warm bruin rugdek. De borst en de buik zijn wit tot crème wit van kleur. De onderstaart is zwart en de bovenstaartdekveren en stuit zijn strogeel van kleur.

 

Lonchura spectabilis wahgiensis  

Bij deze soort zijn de bovendelen van de bevedering donkerder bruin van kleur.

 

Lonchura spectabilis mayri 

Deze ondersoort is lichter bruin van kleur en heeft een lichtgele bovenstaart.

 

Lonchura spectabilis gajduseki 

Het onderlichaam is bij deze ondersoort geelbruin i.p.v. wit.

 

Karakter:

Driekleurnonnen zijn over het algemeen verdraagzame vogels en kunnen dan ook prima in een gezelschapsvolière met andere vogels en soortgenoten worden gehouden.

 

Omgevingstemperatuur:

Prachtnonnen kunnen in een volière met een vorst- en tochtvrij nachtverblijf overwinteren.

 

Voeding:

Als voeding dient een goede zaadmengeling voor tropische vogels en of volièrevogels, een goed samengesteld eivoer/krachtvoer en bij voorkeur kiemzaad verstrekt te worden. Om aan de behoefte van dierlijke eiwitten in de voeding tegemoet te komen kan het beste een insecten-/universeelvoer toegevoegd worden (bijvoorbeeld 50 eivoer, 50% universeelvoer). Vooral in de periode dat de vogels jongen hebben is het belangrijk dat ze de beschikking hebben over dierlijke eiwitten. Extra dierlijke eiwitten kunnen, naast het verstrekken van een goed samengesteld eivoer/universeelvoer, verstrekt worden in de vorm van bijvoorbeeld miereneieren, buffalowormpjes, (geknipte) meelwormen,. Naast bovenstaande voeding is het noodzakelijk dat de vogels dagelijks de beschikking hebben over vers en fris bad- en drinkwater en mogen ook vogelmineralen (grit) en maagkiezel niet ontbreken.

 

Kweek:

Prachtnonnen broeden zowel in een gezelschapsvolière als in een broedkooi (afmeting 80 x 40 x 40 cm.). Ze maken graag gebruik van half open en of gesloten nestkastjes (15 x 10 x 10 cm. met een invlieggat van 3,5 cm.). Gemiddeld legt het popje 3 tot 5 eitjes. De eitjes worden in hoofdzaak door het popje bebroed. Na ongeveer 14 dagen komen de jongen uit het ei. Op een leeftijd van ca. 3 weken vliegen de jongen uit. Hierna worden ze nog enkele weken door de oudervogels (bij)gevoerd alvorens ze zelfstandig zijn. Bij het uitvliegen zijn ze bijna geheel bruin van kleur. Pas na ongeveer 6 maanden zijn de jongen volledig op kleur en niet meer van de oudervogels te onderscheiden.

 

A. van Kooten

 

Je zou ook interesse kunnen hebben in de volgende lonchura-soorten:

 

Borneo bronzeman – Lonchura fuscans

Diksnavelnon – Lonchura grandis

Driekleurnon – Lonchura malacca

Dwergekstertje – Lonchura nana

Gepareld bronzemannetje – Lonchura tristissima leucosticta

Glansekstertje – Lonchura bicolo

Japans meeuwtje – Lonchura striata domestica

Java bronzeman – Lonchura leucogastroidus

Moluks bronzemannetje – Lonchura molucca

Muskaatvink – Lonchura punctulata

Reuzenekstertje – Lonchura fringilloides

Spitsstaartbronzeman – Lonchura striata

Witbuik- of prachtnon – Lonchura spectabilis

Witkopnon – Lonchura maja

Zilverbekje – Lonchura cantans

Zwartkopnon – Loncura malacca atricapilla

 

 

error: Content is protected !!